Fasciatherapie

Fasciatherapie is pas in de laatste jaren opgekomen. Eerder werden slechts de spieren bestudeerd en werden de bindweefselstructuren als niet belangrijk ervaren. Onderzoekers hebben ontdekt dat juist in die structuren (de grensgebieden eigenlijk) de meeste pijnsensoren aanwezig zijn. De bindweefselstructuren, zoals bijvoorbeeld huid, onderhuids bindweefsel, pezen, kapsels – ook rondom de spieren – moeten kunnen ‘verglijden’ ten opzichte van elkaar tijdens het bewegen, zonder wrijving en belemmeringen.

Het bindweefselskelet beslaat het hele lichaam; vandaar dat het van belang is om niet slechts lokaal te focussen (op de plek waar de cliënt primair de pijn ervaart), maar op het hele lijf. Tijdens het onderzoek worden eerst grote bewegingen onderzocht om te kijken waar er klachten ontstaan bij het ‘op rek brengen’. Vervolgens wordt er onderzocht en beredeneerd waar verklevingen aanwezig kunnen zijn.Daar waar verklevingen zijn opgetreden (onstaan door bijvoorbeeld littekens, trauma’s, te eenzijdig bewegen, stress of hoog ademen bij angstklachten) kunnen de bindweefselstructuren niet meer verglijden en ontstaan pijnklachten.

Krachtig en verfrissend aan fasciatherapie is dat het vaak snel werkt, ook als de klachten al langer aanwezig zijn. Zelfs chronisch lijkende pijnklachten zijn goed aan te pakken in aanvulling op en in wisselwerking met haptotherapie en psychosomatische fysiotherapie; fasciatherapie kan bijvoorbeeld heel goed vooraf gaan aan of volgen op het behandelen van stressklachten voor een duurzaam totaaleffect. Inmiddels is gebleken dat er zulke goede resultaten te behalen zijn dat we in een aantal gevallen zelfs moeten gaan twijfelen aan de term ‘onbegrepen / onverklaarde’ klachten.